De schietvereniging bedoeld in artikel 1 overlegt binnen drie maanden na datum van inwerkingtreding van dit besluit aan Onze Minister:
een afschrift van een geldig certificaat als bedoeld in artikel 43b, eerste lid, van de Regeling wapens en munitie, en
een verklaring van het bestuur van de vereniging dat zij geen kennis draagt van vrees voor misbruik van wapens of munitie door de vereniging of zijn leden.