Home

Richtlijn 2014/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (herschikking) Voor de EER relevante tekst

Richtlijn 2014/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (herschikking) Voor de EER relevante tekst

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(2),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik(3) is ingrijpend gewijzigd(4). Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van die richtlijn te worden overgegaan.

  2. In deze richtlijn moet verduidelijkt worden dat bepaalde artikelen ingevolge de aanbevelingen van de Verenigde Naties inzake het vervoer van gevaarlijke goederen als pyrotechnische artikelen of munitie zijn geïdentificeerd en derhalve buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen. Richtlijn 2004/57/EG van de Commissie van 23 april 2004 betreffende het identificeren van pyrotechnische voorwerpen en bepaalde munitie voor de doeleinden van Richtlijn 93/15/EEG van de Raad betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik(5), die momenteel een lijst van dergelijke artikelen bevat, moet daarom worden ingetrokken.

  3. Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten(6) stelt regels vast inzake de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties, verschaft een kader voor het markttoezicht op producten en voor de controle van producten uit derde landen, en voorziet in de algemene beginselen inzake CE-markering.

  4. Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten(7) stelt gemeenschappelijke beginselen en referentiebepalingen vast die bedoeld zijn om in alle sectorale wetgeving te worden toegepast, zodat een coherente basis voor de herziening of herschikking van die wetgeving wordt gelegd. Richtlijn 93/15/EEG moet derhalve aan dat besluit worden aangepast.

  5. Veiligheid tijdens de opslag wordt geregeld door Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken(8), waarin veiligheidseisen zijn vastgesteld voor bedrijven waar explosieven aanwezig zijn. De veiligheid van explosieven tijdens het vervoer is geregeld in internationale verdragen en overeenkomsten, waaronder de aanbevelingen van de Verenigde Naties inzake het vervoer van gevaarlijke goederen. Deze aspecten dienen derhalve niet binnen de werkingssfeer van deze richtlijn te vallen.

  6. Met betrekking tot de pyrotechnische artikelen zijn, ter bescherming van de eindgebruikers en voor de veiligheid van het publiek in het algemeen, specifieke maatregelen vereist. Pyrotechnische artikelen vallen onder Richtlijn 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen(9). De onderhavige richtlijn dient derhalve niet van toepassing te zijn op pyrotechnische artikelen.

  7. Munitie dient binnen de werkingssfeer van deze richtlijn te vallen, doch enkel wat betreft de reglementering inzake het toezicht op de overbrenging ervan, alsmede de desbetreffende bepalingen. Voor de overbrenging van munitie die in soortgelijke omstandigheden als de overbrenging van wapens geschiedt, moeten bepalingen gelden die vergelijkbaar zijn met de bepalingen die van toepassing zijn op de overbrenging van wapens, zoals vervat in Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens(10).

  8. Deze richtlijn moet van toepassing zijn op alle leveringsvormen, inclusief verkoop op afstand.

  9. De omschrijving van de onder deze richtlijn vallende explosieven dient bij die in de aanbevelingen van de Verenigde Naties inzake het vervoer van gevaarlijke goederen aan te sluiten.

  10. Om het vrije verkeer van explosieven te waarborgen, moeten de wetgevingen betreffende het op de markt aanbieden van explosieven worden geharmoniseerd.

  11. Het is de verantwoordelijkheid van de marktdeelnemers dat explosieven in overeenstemming zijn met van deze richtlijn, gelet op de respectievelijke rol die zij vervullen in de toeleveringsketen, teneinde een hoog niveau van bescherming van algemene belangen zoals de gezondheid en veiligheid van personen en de openbare veiligheid te verzekeren en eerlijke mededinging op de markt van de Unie te waarborgen.

  12. Alle marktdeelnemers die een rol vervullen in de toeleverings- en distributieketen moeten passende maatregelen nemen om te waarborgen dat zij uitsluitend explosieven op de markt aanbieden die aan deze richtlijn voldoen. Er moet worden gezorgd voor een duidelijke en evenredige verdeling van de verplichtingen overeenkomstig de rol van iedere marktdeelnemer in de toeleverings- en distributieketen.

  13. Om de communicatie tussen marktdeelnemers, markttoezichtautoriteiten en eindgebruikers te vergemakkelijken, moeten de lidstaten de marktdeelnemers ertoe aansporen om naast hun postadres ook een webadres te vermelden.

  14. De fabrikant, die op de hoogte is van de details van het ontwerp- en productieproces, is het best in staat om de conformiteitsbeoordelingsprocedure uit te voeren. De verplichting voor de conformiteitsbeoordeling moet daarom uitsluitend op de fabrikant blijven rusten.

  15. Er moet worden gewaarborgd dat explosieven die vanuit derde landen in de Unie in de handel komen, aan deze richtlijn voldoen, en met name dat de fabrikanten adequate conformiteitsbeoordelingsprocedures met betrekking tot deze explosieven hebben uitgevoerd. Bijgevolg moet worden bepaald dat importeurs erop toezien dat de explosieven die zij in de handel brengen aan de eisen van deze richtlijn voldoen en dat zij geen explosieven in de handel brengen die niet aan deze eisen voldoen of een risico inhouden. Er moet eveneens worden bepaald dat importeurs erop toezien dat er conformiteitsbeoordelingsprocedures hebben plaatsgevonden en dat markering van explosieven en documenten die de fabrikanten opstellen ter beschikking staan van de bevoegde nationale autoriteiten.

  16. De distributeur mag een explosief pas aanbieden op de markt nadat het door de fabrikant of de importeur in de handel is gebracht, en hij moet de nodige zorgvuldigheid betrachten om ervoor te zorgen dat de wijze waarop hij met het explosief omgaat geen negatieve invloed heeft op de conformiteit van het explosief.

  17. Wanneer een marktdeelnemer een explosief onder zijn eigen naam of merknaam in de handel brengt of een explosief zodanig wijzigt dat de conformiteit met deze richtlijn in het gedrang kan komen, moet hij als fabrikant worden beschouwd en de verplichtingen van de fabrikant opnemen.

  18. Omdat distributeurs en importeurs dicht bij de markt staan, moeten zij worden betrokken bij de markttoezichttaken van de bevoegde nationale autoriteiten, en moeten zij bereid zijn actief medewerking te verlenen door die autoriteiten alle nodige informatie over het explosief te verstrekken.

  19. Om in alle stadia van de toeleveringsketen correcte en volledige registers te kunnen bijhouden, is een unieke identificatie van explosieven van essentieel belang. Zo kunnen explosieven worden geïdentificeerd en getraceerd van de plaats van productie en het moment dat zij in de handel worden gebracht tot de eindgebruiker en het gebruik, teneinde misbruik en diefstal te voorkomen en de rechtshandhavingsinstanties te helpen bij het traceren van de oorsprong van zoekgeraakte of gestolen explosieven. Een efficiënt traceringssysteem verlicht ook de taak van de markttoezichtautoriteiten wanneer zij marktdeelnemers dienen op te sporen die niet-conforme explosieven op de markt hebben aangeboden. Van de marktdeelnemers mag niet gevraagd worden dat zij, wanneer zij de bij deze richtlijn voorgeschreven gegevens voor de identificatie van andere marktdeelnemers bewaren, die gegevens bijwerken voor wat betreft andere marktdeelnemers die een explosief aan hen hebben geleverd of aan wie zij een explosief hebben geleverd.

  20. De bepalingen van deze richtlijn inzake het op de markt aanbieden moeten beperkt blijven tot het formuleren van de essentiële veiligheidseisen voor explosieven teneinde de gezondheid en veiligheid van personen, eigendommen en het milieu te beschermen. Om de beoordeling van conformiteit met die eisen te vergemakkelijken moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor explosieven die voldoen aan geharmoniseerde normen die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie(11) zijn vastgesteld om die eisen in gedetailleerde technische specificaties om te zetten.

  21. Verordening (EU) nr. 1025/2012 voorziet in een procedure voor bezwaren tegen geharmoniseerde normen die niet volledig aan de eisen van deze richtlijn voldoen.

  22. Er moet worden gezorgd voor conformiteitsbeoordelingsprocedures waarmee marktdeelnemers kunnen aantonen en de bevoegde instanties kunnen waarborgen dat op de markt aangeboden explosieven in overeenstemming zijn met de essentiële veiligheidseisen. Besluit nr. 768/2008/EG stelt modules voor conformiteitsbeoordelingsprocedures vast, uiteenlopend van de minst tot de meest stringente procedure, afhankelijk van de hoogte van het risico en het vereiste veiligheidsniveau. Om voor coherentie tussen de sectoren te zorgen en ad-hocvarianten te voorkomen, moeten conformiteitsbeoordelingsprocedures uit die modules worden gekozen. Gezien de specifieke kenmerken van explosieven en de gevaren die ermee verbonden zijn, moeten explosieven altijd aan een conformiteitsbeoordeling door derde partijen worden onderworpen.

  23. Fabrikanten moeten een EU-conformiteitsverklaring opstellen waarin zij de bij deze richtlijn voorgeschreven informatie verstrekken over de conformiteit van een explosief met deze richtlijn en die van overige relevante harmonisatiewetgeving van de Unie.

  24. Om effectieve toegang tot informatie voor markttoezichtdoeleinden te waarborgen, moet de informatie die vereist is om alle toepasselijke handelingen van de Unie te identificeren in één EU-conformiteitsverklaring beschikbaar zijn. Om de administratieve lasten voor marktdeelnemers te verkleinen, mag die EU-conformiteitsverklaring bestaan uit een dossier van afzonderlijke relevante conformiteitsverklaringen.

  25. De CE-markering, waarmee de conformiteit van een explosief wordt aangegeven, is de zichtbare uitkomst van het proces van conformiteitsbeoordeling in brede zin. In Verordening (EG) nr. 765/2008 zijn algemene beginselen voor het gebruik van de CE-markering vastgesteld. In deze richtlijn moeten voorschriften met betrekking tot het aanbrengen van de CE-markering worden vastgesteld.

  26. Conformiteitsbeoordelingsinstanties, die door de lidstaten bij de Commissie worden aangemeld, moeten een rol spelen bij de in deze richtlijn beschreven conformiteitsbeoordelingsprocedures.

  27. De ervaring heeft geleerd dat de in Richtlijn 93/15/EEG vastgestelde criteria waaraan conformiteitsbeoordelingsinstanties moeten voldoen om bij de Commissie aangemeld te kunnen worden, ontoereikend zijn om een uniform, hoog prestatieniveau van aangemelde instanties in de hele Unie te waarborgen. Het is echter essentieel dat alle aangemelde instanties hun functies op hetzelfde niveau en onder eerlijke concurrentievoorwaarden uitoefenen. Hiertoe moeten verplichte eisen worden vastgesteld voor conformiteitsbeoordelingsinstanties die aangemeld willen worden met het oog op het verlenen van conformiteitsbeoordelingsdiensten.

  28. Om een samenhangend kwaliteitsniveau van de conformiteitsbeoordeling te kunnen waarborgen, moeten ook eisen worden vastgesteld voor de aanmeldende autoriteiten en andere instanties die bij de beoordeling en aanmelding van en bij het toezicht op aangemelde instanties betrokken zijn.

  29. Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie aantoont dat zij voldoet aan de criteria vastgelegd in geharmoniseerde normen, dient zij te worden geacht te voldoen aan de overeenkomstige eisen van deze richtlijn.

  30. Het in deze richtlijn beschreven systeem moet worden aangevuld door het accreditatiesysteem van Verordening (EG) nr. 765/2008. Omdat accreditatie een essentieel middel is om te controleren of de conformiteitsbeoordelingsinstanties bekwaam zijn, moet accreditatie ook bij aanmelding worden gebruikt.

  31. Accreditatie die zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 765/2008 op transparante wijze georganiseerd is en het nodige vertrouwen in conformiteitscertificaten waarborgt, moet door de nationale autoriteiten in de hele Unie beschouwd worden als het geschiktste middel waarmee de technische bekwaamheid van deze instanties aangetoond kan worden. De nationale autoriteiten kunnen evenwel van oordeel zijn dat zij over de passende middelen beschikken om die beoordeling zelf te verrichten. In dit geval moeten zij, om te waarborgen dat de beoordeling door de andere nationale autoriteiten voldoende betrouwbaar is, aan de Commissie en de andere lidstaten het nodige bewijsmateriaal overleggen waaruit blijkt dat de beoordeelde conformiteitsbeoordelingsinstanties aan de relevante regelgevingseisen voldoen.

  32. Conformiteitsbeoordelingsinstanties besteden veelal een deel van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit of maken gebruik van een ondergeschikte instantie. Om het beschermingsniveau te kunnen garanderen dat nodig is voor explosieven die in de Unie in de handel worden gebracht, is het essentieel dat onderaannemers en dochterondernemingen bij de uitvoering van conformiteitsbeoordelingstaken aan dezelfde eisen voldoen als aangemelde instanties. Daarom is het belangrijk dat ook de activiteiten die door onderaannemers en dochterondernemingen worden verricht, worden betrokken in de beoordeling van de bekwaamheid en de prestaties van conformiteitsbeoordelingsinstanties die worden aangemeld en in het toezicht op reeds aangemelde instanties.

  33. De aanmeldingsprocedure moet efficiënter en transparanter worden, en met name worden aangepast aan nieuwe technologie, zodat de aanmelding online kan worden verricht.

  34. Omdat aangemelde instanties hun diensten in de hele Unie kunnen aanbieden, moeten de andere lidstaten en de Commissie in staat worden gesteld bezwaren in te brengen tegen een aangemelde instantie. Daarom is het belangrijk te voorzien in een termijn waarbinnen twijfels of bedenkingen omtrent de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties kunnen worden weggenomen alvorens zij als aangemelde instantie gaan functioneren.

  35. Uit concurrentieoogpunt is het cruciaal dat de aangemelde instanties bij de toepassing van de conformiteitsbeoordelingsprocedures geen onnodige lasten voor marktdeelnemers creëren. Bij de technische uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsprocedures moet om dezelfde reden worden gezorgd voor consistentie, zodat de marktdeelnemers gelijk worden behandeld. Dit kan het best worden bereikt door passende coördinatie en samenwerking tussen de aangemelde instanties.

  36. Om rechtszekerheid te waarborgen, moet duidelijk worden gemaakt dat de in Verordening (EG) nr. 765/2008 vastgestelde voorschriften inzake markttoezicht in de Unie en controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen, op explosieven van toepassing zijn. Deze richtlijn mag de lidstaten niet beletten te kiezen welke autoriteiten voor de uitvoering van die taken bevoegd zijn.

  37. De lidstaten moeten alle passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat explosieven alleen in de handel mogen worden gebracht indien ze, wanneer ze naar behoren worden opgeslagen en worden gebruikt overeenkomstig hun bestemming of onder gebruiksomstandigheden die redelijkerwijs kunnen worden voorzien, de gezondheid en veiligheid van personen niet in gevaar brengen. Explosieven moeten slechts als niet in overeenstemming met de in deze richtlijn neergelegde essentiële veiligheidseisen worden beschouwd als zij gebruikt worden in omstandigheden die redelijkerwijs te voorzien zijn, d.w.z. een gebruik dat het gevolg zou kunnen zijn van rechtmatig en gemakkelijk voorspelbaar menselijk gedrag.

  38. Het bestaande systeem moet worden aangevuld met een procedure om belanghebbenden te informeren over voorgenomen maatregelen tegen explosieven die een risico meebrengen voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor eigendommen of het milieu. Deze procedure moet ook markttoezichtautoriteiten in staat stellen samen met de betrokken marktdeelnemers eerder tegen dergelijke explosieven op te treden.

  39. Indien de lidstaten en de Commissie het eens zijn dat een maatregel van een lidstaat gerechtvaardigd is, is nadere betrokkenheid van de Commissie hierbij niet nodig, behalve wanneer de niet-conformiteit kan worden toegeschreven aan tekortkomingen van de geharmoniseerde norm.

  40. Indien de veiligheid ernstig in gevaar wordt gebracht of dreigt te worden gebracht ten gevolge van het ongeoorloofde in bezit hebben of gebruik van explosieven of munitie, moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen om onder bepaalde omstandigheden af te wijken van deze richtlijn voor wat betreft de overbrenging van explosieven en munitie om voornoemd ongeoorloofd in bezit hebben of gebruik te voorkomen.

  41. Er dienen administratieve samenwerkingsmechanismen tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te worden opgezet. Derhalve moeten de bevoegde autoriteiten zich laten leiden door Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften(12).

  42. Deze richtlijn mag de lidstaten niet beletten om maatregelen te nemen ter voorkoming van het illegale verkeer van explosieven en munitie.

  43. Teneinde de doelstellingen van deze richtlijn te bereiken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen van de Unie vast te stellen ten aanzien van maatregelen inzake aanpassing van deze richtlijn aan aanbevelingen van de Verenigde Naties inzake het vervoer van gevaarlijke goederen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

  44. Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze richtlijn, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(13).

  45. Voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen teneinde de aanmeldende lidstaat te verzoeken de nodige corrigerende maatregelen te nemen ten aanzien van aangemelde instanties die niet of niet meer aan de aanmeldingseisen voldoen, moet de raadplegingsprocedure worden toegepast.

  46. Voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen waarbij de praktische regelingen worden getroffen voor de werking van het systeem voor de unieke identificatie en de traceerbaarheid van explosieven kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd, alsook voor de uitwerking van de technische regelingen voor de toepassing van de bepalingen inzake de overbrenging van explosieven, met name ten aanzien van het te gebruiken modeldocument, moet de onderzoeksprocedure worden toegepast.

  47. Voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen met betrekking tot conforme explosieven die toch een gevaar opleveren voor de gezondheid of veiligheid van personen of tot andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang moet de onderzoeksprocedure ook worden toegepast.

  48. De Commissie moet onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen indien dit, in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met conforme explosieven voor civiel gebruik die een gevaar opleveren voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor eigendommen of het milieu, om dwingende redenen van urgentie vereist is.

  49. In overeenstemming met de vaste praktijk kan het bij deze richtlijn ingestelde comité overeenkomstig zijn reglement van orde een nuttige rol spelen bij het onderzoeken van kwesties in verband met de toepassing van deze richtlijn die door zijn voorzitter of door een vertegenwoordiger van een lidstaat aan de orde worden gesteld.

  50. Wanneer kwesties die verband houden met deze richtlijn, andere dan de uitvoering ervan of inbreuken erop, onderzocht worden, zoals bijvoorbeeld in een deskundigenvergadering van de Commissie, moet het Europees Parlement overeenkomstig de heersende praktijk, volledige informatie en documentatie ontvangen, alsook, voor zover passend, een uitnodiging om dergelijke vergaderingen bij te wonen.

  51. De Commissie moet, door middel van uitvoeringshandelingen en, gezien het bijzondere karakter ervan, zonder Verordening (EU) nr. 182/2011 toe te passen, bepalen of de maatregelen die de lidstaten hebben getroffen met betrekking tot niet-conforme explosieven gerechtvaardigd zijn of niet.

  52. De lidstaten moeten regels voor sancties op overtredingen van de ingevolge deze richtlijn vastgestelde bepalingen van nationaal recht vaststellen en ervoor zorgen dat die regels worden gehandhaafd. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

  53. Er moet in een redelijke overgangsregeling worden voorzien zodat explosieven die vóór de datum van toepassing van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn al overeenkomstig Richtlijn 93/15/EEG in de handel zijn gebracht, op de markt kunnen worden aangeboden zonder dat zij aan verdere productvereisten hoeven te voldoen. Distributeurs moeten derhalve explosieven die vóór de toepassingsdatum van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn in de handel zijn gebracht, m.a.w. voorraden die zich reeds in de distributieketen bevinden, kunnen leveren.

  54. Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk waarborgen dat explosieven op de markt aan de eisen voldoen die een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en veiligheid en van andere algemene belangen bieden zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de werking van de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en gevolgen ervan beter op Unieniveau kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

  55. De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in intern recht dient te worden beperkt tot de bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijnen materieel zijn gewijzigd. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeide voort uit de vorige richtlijnen.

  56. Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage V, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in intern recht en de toepassingsdata van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Toepassingsgebied

1.

Deze richtlijn is van toepassing op explosieven voor civiel gebruik.

2.

Deze richtlijn is niet van toepassing op:

  1. explosieven, met inbegrip van munitie, die bestemd zijn om overeenkomstig de nationale wetgeving te worden gebruikt door de strijdkrachten of de politie;

  2. pyrotechnische artikelen die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2013/29/EU vallen;

  3. munitie, behoudens het bepaalde in de artikelen 12, 13 en 14.

Bijlage I bevat een niet-uitputtende lijst van pyrotechnische artikelen en munitie als bedoeld onder b) van dit lid, respectievelijk artikel 2, punt 2, geïdentificeerd ingevolge de aanbevelingen van de Verenigde Naties inzake het vervoer van gevaarlijke goederen.

3.

Deze richtlijn vormt voor de lidstaten geen beletsel om bepaalde stoffen die niet onder deze richtlijn vallen, krachtens een nationale wet of regeling als explosieven aan te merken.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

    1. „explosieven” :
    alle stoffen en voorwerpen die in de aanbevelingen van de Verenigde Naties inzake het vervoer van gevaarlijke goederen als explosieven worden omschreven en aldaar zijn ingedeeld in klasse 1;
    2. „munitie” :
    projectielen met of zonder drijfladingen, alsmede losse flodders die worden gebruikt in draagbare vuurwapens, artillerie en andere vuurwapens;
    3. „veiligheid” :
    voorkoming van ongevallen en, indien zulks onmogelijk is, het beperken van de gevolgen daarvan;
    4. „beveiliging” :
    voorkoming van gebruik voor doeleinden die strijdig zijn met de openbare orde;
    5. „overbrengingsvergunning” :
    het besluit dat wordt genomen na de controle op geplande overbrengingen van explosieven binnen de Unie;
    6. „overbrenging” :
    materiële verplaatsing van explosieven binnen de Unie, met uitzondering van verplaatsingen die op hetzelfde terrein worden uitgevoerd;
    7. „op de markt aanbieden” :
    het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een explosief met het oog op distributie of gebruik op de markt van de Unie;
    8. „in de handel brengen” :
    het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van een explosief;
    9. „fabrikant” :
    een natuurlijke of rechtspersoon die een explosief vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en dat explosief onder zijn naam of handelsmerk verhandelt of het gebruikt voor eigen doeleinden;
    10. „gemachtigde” :
    een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;
    11. „importeur” :
    een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een explosief uit een derde land in de Unie in de handel brengt;
    12. „distributeur” :
    een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de fabrikant of de importeur, die een explosief op de markt aanbiedt;
    13. „marktdeelnemers” :
    de fabrikant, de gemachtigde, de importeur, de distributeur en elke natuurlijke of rechtspersoon die explosieven opslaat, gebruikt, overbrengt, invoert, uitvoert of verhandelt;
    14. „wapenhandelaar” :
    iedere natuurlijke of rechtspersoon wiens beroepswerkzaamheden geheel of ten dele bestaan uit de vervaardiging, handel, uitwisseling, verhuur, reparatie of transformatie van vuurwapens en munitie;
    15. „technische specificatie” :
    een document dat de technische eisen voorschrijft waaraan een explosief moet voldoen;
    16. „geharmoniseerde norm” :
    een geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;
    17. „accreditatie” :
    accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Verordening (EG) nr. 765/2008;
    18. „nationale accreditatie-instantie” :
    nationale accreditatie-instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 11, van Verordening (EG) nr. 765/2008;
    19. „conformiteitsbeoordeling” :
    het proces waarin wordt aangetoond of voldaan is aan de essentiële veiligheidseisen van deze richtlijn met betrekking tot een explosief;
    20. „conformiteitsbeoordelingsinstantie” :
    een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals onder meer ijken, testen, certificeren en inspecteren;
    21. „terugroepen” :
    maatregel waarmee wordt beoogd een explosief te doen terugkeren dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld;
    22. „uit de handel nemen” :
    maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat een explosief dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden;
    23. „harmonisatiewetgeving van de Unie” :
    alle wetgeving van de Unie die de voorwaarden voor het verhandelen van producten harmoniseert;
    24. „CE-markering” :
    een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het explosief in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving van de Unie die in het aanbrengen ervan voorziet.

Artikel 3 Vrij verkeer

De lidstaten mogen het op de markt aanbieden van explosieven die aan de eisen van deze richtlijn voldoen, niet verbieden, beperken of belemmeren.

Artikel 4 Op de markt aanbieden

HOOFDSTUK 2 VERPLICHTINGEN VAN MARKTDEELNEMERS

Artikel 5 Verplichtingen van fabrikanten

Artikel 6 Gemachtigden

Artikel 7 Verplichtingen van importeurs

Artikel 8 Verplichtingen van distributeurs

Artikel 9 Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs

Artikel 10 Identificatie van marktdeelnemers

HOOFDSTUK 3 BEVEILIGINGSBEPALINGEN

Artikel 11 Overbrenging van explosieven

Artikel 12 Overbrenging van munitie

Artikel 13 Afwijkingen om veiligheidsredenen

Artikel 14 Gegevensuitwisseling

Artikel 15 Identificatie en traceerbaarheid van explosieven

Artikel 16 Vergunning of machtiging

Artikel 17 Vergunning van fabricageactiviteiten

Artikel 18 Inbeslagnames

HOOFDSTUK 4 CONFORMITEIT VAN HET EXPLOSIEF

Artikel 19 Vermoeden van conformiteit van explosieven

Artikel 20 Conformiteitsbeoordelingsprocedures

Artikel 21 EU-conformiteitsverklaring

Artikel 22 Algemene beginselen van de CE-markering

Artikel 23 Voorschriften en voorwaarden voor het aanbrengen van de CE-markering

HOOFDSTUK 5 AANMELDING VAN CONFORMITEITSBEOORDELINGSINSTANTIES

Artikel 24 Aanmelding

Artikel 25 Aanmeldende autoriteiten

Artikel 26 Eisen voor aanmeldende autoriteiten

Artikel 27 Informatieverplichting voor aanmeldende autoriteiten

Artikel 28 Eisen in verband met aangemelde instanties

Artikel 29 Vermoeden van conformiteit van conformiteitsbeoordelingsinstanties

Artikel 30 Dochterondernemingen van en uitbesteding door aangemelde instanties

Artikel 31 Verzoek om aanmelding

Artikel 32 Aanmeldingsprocedure

Artikel 33 Identificatienummers en lijsten van aangemelde instanties

Artikel 34 Wijzigingen van de aanmelding

Artikel 35 Betwisting van de bekwaamheid van aangemelde instanties

Artikel 36 Operationele verplichtingen van aangemelde instanties

Artikel 37 Beroep tegen besluiten van aangemelde instanties

Artikel 38 Informatieverplichting voor aangemelde instanties

Artikel 39 Uitwisseling van ervaringen

Artikel 40 Coördinatie van aangemelde instanties

HOOFDSTUK 6 MARKTTOEZICHT IN DE UNIE, CONTROLE VAN EXPLOSIEVEN DIE DE MARKT VAN DE UNIE BINNENKOMEN EN VRIJWARINGSPROCEDURE VAN DE UNIE

Artikel 41 Markttoezicht in de Unie en controle van explosieven die de markt van de Unie binnenkomen

Artikel 42 Procedure voor explosieven die op nationaal niveau een risico vertonen

Artikel 43 Vrijwaringsprocedure van de Unie

Artikel 44 Conforme explosieven die toch een risico meebrengen

Artikel 45 Formele niet-conformiteit

HOOFDSTUK 7 GEDELEGEERDE EN UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN EN COMITÉ

Artikel 46 Gedelegeerde bevoegdheid

Artikel 47 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

Artikel 48 Uitvoeringsbevoegdheid

Artikel 49 Comitéprocedure

HOOFDSTUK 8 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 50 Sancties

Artikel 51 Overgangsbepalingen

Artikel 52 Omzetting

Artikel 53 Intrekking

Artikel 54 Inwerkingtreding en toepassing

Artikel 55 Adressaten

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V

BIJLAGE VI

VERKLARING VAN HET EUROPEES PARLEMENT