Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld betreffende uitvoergunningen voor vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie en maatregelen inzake de invoer en doorvoer ervan, ter uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad („het VN-protocol inzake vuurwapens”).
Verordening (EU) nr. 258/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-protocol inzake vuurwapens), en tot vaststelling van uitvoervergunningen voor vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en maatregelen betreffende de invoer en doorvoer ervan
Verordening (EU) nr. 258/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-protocol inzake vuurwapens), en tot vaststelling van uitvoervergunningen voor vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en maatregelen betreffende de invoer en doorvoer ervan
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van een wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(1),
Overwegende hetgeen volgt:
Overeenkomstig Besluit 2001/748/EG van de Raad van 16 oktober 2001(2) betreffende de ondertekening namens de Europese Gemeenschap van het Protocol, gehecht aan het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit, betreffende de bestrijding van illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, onderdelen ervan en munitie, heeft de Commissie dat protocol („het VN-protocol inzake vuurwapens”) op 16 januari 2002 namens de Gemeenschap ondertekend.
Het VN-protocol inzake vuurwapens, dat als doel heeft de samenwerking tussen de partijen te bevorderen, te vergemakkelijken en te intensiveren ten behoeve van de preventie, bestrijding en uitbanning van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, is op 3 juli 2005 in werking getreden.
Teneinde de tracering van vuurwapens te vergemakkelijken en de illegale handel in vuurwapens, hun onderdelen en essentiële componenten en munitie doelmatig te kunnen bestrijden, moet de uitwisseling van informatie tussen lidstaten worden verbeterd, in het bijzonder door het beter gebruik van bestaande communicatiekanalen.
Persoonsgegevens moeten worden verwerkt in overeenstemming met de regels neergelegd in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(3) en in Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(4).
In haar mededeling van 18 juli 2005 betreffende maatregelen ter verbetering van de veiligheid met betrekking tot explosieven, ontstekers, benodigdheden om bommen te maken en vuurwapens(5) heeft de Commissie haar voornemen bekendgemaakt om artikel 10 van het VN-protocol inzake vuurwapens uit te voeren als onderdeel van de maatregelen die moeten worden genomen om de Unie in staat te stellen dat protocol te sluiten.
Het VN-protocol inzake vuurwapens verlangt van de partijen dat zij administratieve procedures of systemen vaststellen of verbeteren om de vervaardiging, de markering, de invoer en de uitvoer van vuurwapens doeltreffend te controleren.
Naleving van het VN-protocol inzake vuurwapens vereist ook dat het illegaal fabriceren of verhandelen van vuurwapens, hun onderdelen en essentiële componenten en munitie strafbaar wordt gesteld, en dat maatregelen worden genomen om de inbeslagname van aldus vervaardigde of ingevoerde voorwerpen mogelijk te maken.
Deze verordening moet niet van toepassing zijn op vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten of munitie die specifiek voor militair gebruik zijn bestemd. De maatregelen om te voldoen aan de vereisten van artikel 10 van het VN-protocol inzake vuurwapens moeten worden aangepast om te voorzien in vereenvoudigde procedures voor vuurwapens voor civiel gebruik. Derhalve moet worden gezorgd voor een zekere verlichting met betrekking tot vergunningen voor meerdere transporten, maatregelen inzake doorvoer en tijdelijke uitvoer voor legale doeleinden.
Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat verwijst naar de wezenlijke belangen van de veiligheid van de lidstaten, noch heeft zij invloed op Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap(6), of op Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens(7). Bovendien is het VN-protocol inzake vuurwapens, en derhalve ook deze verordening, niet van toepassing op transacties tussen staten onderling of op de overbrenging tussen staten in de gevallen waarin de toepassing van het protocol het recht zou aantasten van een staat die partij is om, in het belang van de nationale veiligheid maatregelen te nemen die met het Handvest van de Verenigde Naties verenigbaar zijn.
Richtlijn 91/477/EEG regelt de overbrenging van vuurwapens voor civiel gebruik op het grondgebied van de Unie terwijl deze verordening betrekking heeft op maatregelen inzake de export vanuit het douanegebied van de Unie naar of door derde landen.
Vuurwapens, hun onderdelen en essentiële en munitie, indien geïmporteerd uit derde landen, vallen onder het Unierecht en in het bijzonder onder de voorschriften van Richtlijn 91/477/EEG.
Samenhang moet worden gewaarborgd met de krachtens het Unierecht geldende bepalingen inzake registratie.
Om de correcte toepassing van deze verordening te waarborgen, dienen lidstaten maatregelen te nemen om de bevoegde instanties passende bevoegdheden te verlenen.
Teneinde de lijst van vuurwapens, hun onderdelen en essentiële componenten en munitie waarvoor op grond van deze verordening een vergunning is vereist te beheren, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de aanpassing van bijlage I bij deze verordening aan bijlage I van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief(8) en aan bijlage I van Richtlijn 91/477/EEG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.
De Unie heeft een corpus douanevoorschriften vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek(9) en de uitvoeringsbepalingen daarvan, zoals vervat in Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie(10). Er moet ook rekening worden gehouden met Verordening (EG) nr. 450/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (gemoderniseerd douanewetboek)(11) waarvan de bepalingen volgens artikel 188 daarvan gefaseerd van toepassing zijn. De onderhavige verordening laat de uit het communautair douanewetboek en de uitvoeringsbepalingen daarvan voortvloeiende bevoegdheden onverlet.
De lidstaten moeten regels vaststellen inzake sancties wegens inbreuken op deze verordening en erop toezien dat deze regels worden uitgevoerd. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
Deze verordening laat de uniale regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik, zoals ingesteld bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik(12), onverlet.
Deze verordening strookt met de andere relevante bepalingen inzake vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie voor militair gebruik, veiligheidsstrategieën, illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en uitvoer van militaire technologie, met inbegrip van het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie(13).
De Commissie en de lidstaten dienen elkaar in kennis te stellen van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen, alsmede van andere relevante informatie waarover zij in verband met deze verordening beschikken.
Deze verordening belet de lidstaten niet om hun grondwettelijke voorschriften inzake de toegang van het publiek tot officiële documenten toe te passen, rekening houdend met Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie(14),
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I DOEL, DEFINITIES EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 1
Artikel 2
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- 1. „vuurwapen” :
-
een draagbaar, van een loop voorzien wapen waarmee door explosieve voortstuwing een lading, een kogel of een projectiel wordt uitgestoten, dat daartoe is ontworpen of daartoe kan worden omgebouwd als vermeld in bijlage I.
Een object wordt geacht te kunnen worden omgebouwd zodat door middel van explosieve voortstuwing een lading, kogel of projectiel kan worden uitgestoten wanneer:
-
het qua vormgeving gelijk is aan een vuurwapen en
-
ingevolge zijn constructie of het materiaal waarvan het is gemaakt aldus kan worden omgebouwd;
-
- 2. „onderdelen” :
- elk voorwerp of vervangend voorwerp als vermeld in bijlage I dat speciaal is ontworpen voor een vuurwapen en essentieel is voor de werking daarvan, met inbegrip van een loop, kast of magazijn, slede of cilinder, grendel of afsluiter, en elke voorziening die is ontworpen of aangepast om het geluid dat door het afvuren van een vuurwapen wordt veroorzaakt, te dempen;
- 3. „essentiële componenten” :
- het sluitingsmechanisme, de kamer en de loop van vuurwapens die, als afzonderlijke voorwerpen, vallen onder de categorie waarin het vuurwapen waarvan zij deel uitmaken of waarvoor zij bestemd zijn, is ingedeeld;
- 4. „munitie” :
- het gehele stuk of zijn componenten, met inbegrip van patroonhouder, slaghoedje, voortstuwingskruit, kogels en projectielen, die worden gebruikt in een vuurwapen, vermeld in bijlage I, voor zover deze componenten zelf onderworpen zijn aan vergunningen in de desbetreffende lidstaat;
- 5. „onbruikbaar gemaakte vuurwapens” :
-
voorwerpen die anders onder de definitie van vuurwapen vallen maar die voorgoed onbruikbaar zijn gemaakt door een neutralisatie die inhoudt dat alle essentiële onderdelen van het vuurwapen voorgoed onbruikbaar zijn gemaakt en onmogelijk zodanig verwijderd, vervangen of aangepast kunnen worden dat het wapen op enigerlei wijze opnieuw gebruiksklaar zou kunnen worden gemaakt.
De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat deze neutralisaties worden gecontroleerd door een bevoegde instantie. De lidstaten zorgen ervoor dat in het kader van die controle een certificaat of document wordt afgegeven waaruit blijkt dat het vuurwapen onbruikbaar is gemaakt, dan wel dat op het vuurwapen een duidelijk zichtbare markering wordt aangebracht, waaruit dat blijkt;
- 6. „uitvoer” :
-
-
een uitvoerregeling overeenkomstig artikel 161 van Verordening (EEG) nr. 2913/92;
-
een wederuitvoer in de zin van artikel 182 van Verordening (EEG) nr. 2913/92, maar met uitsluiting van goederen die op basis van de regeling inzake extern douanevervoer worden verplaatst, zoals bedoeld in artikel 91 van die verordening, indien geen wederuitvoerformaliteiten zoals bedoeld in artikel 182, lid 2, daarvan zijn vervuld;
-
- 7. „persoon” :
- een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of, wanneer de geldende voorschriften in deze mogelijkheid voorzien, een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten zonder de wettelijke status van rechtspersoon te bezitten;
- 8. „exporteur” :
-
elke persoon, gevestigd in de Unie, die een aangifte ten uitvoer doet of namens wie een aangifte ten uitvoer wordt gedaan, dat wil zeggen de persoon die op het tijdstip dat de aangifte wordt aanvaard, het contract met de ontvanger in het derde land heeft en die het recht heeft te beslissen dat het product naar een bestemming buiten het douanegebied van de Unie wordt verzonden. Indien geen uitvoercontract is gesloten of indien de houder van het contract niet namens zichzelf handelt, wordt onder de exporteur de persoon verstaan die het recht heeft om te beslissen het product naar een bestemming buiten het douanegebied van de Unie te verzenden.
Indien het recht over de vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie te beschikken, toekomt aan een persoon die blijkens het contract waarop de uitvoer berust, buiten de Unie is gevestigd, wordt de exporteur geacht de in de Unie gevestigde contracterende partij te zijn;
- 9. „douanegebied van de Unie” :
- het in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 bedoelde gebied;
- 10. „aangifte ten uitvoer” :
- de handeling waarmee een persoon in de vorm en op de wijze die zijn voorgeschreven, de wens te kennen geeft vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie onder een uitvoerregeling te brengen;
- 11. „tijdelijke uitvoer” :
- de overbrenging van vuurwapens, waarbij deze het douanegebied van de Unie verlaten en voor wederinvoer zijn bestemd binnen een periode van ten hoogste 24 maanden;
- 12. „doorvoer” :
- het vervoer van goederen die het douanegebied van de Unie verlaten, over het grondgebied van één of meer derde landen met een eindbestemming in een ander derde land;
- 13. „overlading” :
- doorvoer waarbij goederen uit de invoerende transportmiddelen worden gelost en voor wederuitvoer worden overgeladen, in het algemeen in een ander transportmiddel;
- 14. „uitvoervergunning” :
-
-
een enkelvoudige vergunning of machtiging die aan één specifieke exporteur wordt verleend voor één zending van één of meer vuurwapens, hun onderdelen en essentiële componenten en munitie aan één geïdentificeerde uiteindelijke ontvanger of ontvanger in een derde land of;
-
een meervoudige vergunning of machtiging die aan één specifieke exporteur wordt verleend voor meerdere zendingen van één of meer vuurwapens, hun onderdelen en essentiële componenten en munitie aan een geïdentificeerde uiteindelijke ontvanger of ontvanger in een derde land of;
-
een algemene vergunning of machtiging die aan één specifieke exporteur wordt verleend voor meerdere zendingen van één of meer vuurwapens, hun onderdelen en essentiële componenten en munitie aan meerdere geïdentificeerde uiteindelijke ontvangers of ontvangers in één of meerderde landen;
-
- 15. „illegale handel” :
-
invoer, uitvoer, verkoop, aflevering, vervoer of overbrenging van vuurwapens, hun onderdelen en essentiële componenten of munitie vanaf of over het grondgebied van een lidstaat naar het grondgebied van een derde staat, waarbij een van de volgende voorwaarden van toepassing is:
-
de betrokken lidstaat zulks overeenkomstig de bepalingen van deze verordening niet toestaat;
-
de vuurwapens niet zijn gemarkeerd overeenkomstig artikel 4, leden 1 en 2, van Richtlijn 91/477/EEG;
-
de ingevoerde vuurwapens op het ogenblik van de invoer niet zijn gemarkeerd met ten minste een eenvoudige markering, waarmee het eerste land van invoer in de Europese Unie kan worden geïdentificeerd, of, wanneer de vuurwapens geen dergelijke markering dragen, een unieke markering ter identificatie van de ingevoerde vuurwapens;
-
- 16. „traceren” :
- het systematisch volgen van vuurwapens en, indien mogelijk, van hun onderdelen, essentiële componenten en munitie, vanaf de fabrikant tot aan de koper, met het oogmerk de bevoegde instanties van de lidstaten te helpen bij het opsporen, onderzoeken en analyseren van de illegale vervaardiging en handel.
Artikel 3
Deze verordening is niet van toepassing op:
-
transacties tussen staten onderling of op de overbrenging tussen staten;
-
vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie die speciaal voor militair gebruik zijn ontworpen en in geen enkel geval op volautomatische vuurwapens;
-
vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie die bestemd zijn voor het leger, de politie of de overheidsinstanties van de lidstaten;
-
verzamelaars en instellingen die zich bezighouden met culturele en historische aspecten van vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie, en die als zodanig erkend zijn voor de toepassing van deze verordening door de lidstaat waarin zij gevestigd zijn, op voorwaarde dat traceringsmaatregelen zijn genomen;
-
onbruikbaar gemaakte vuurwapens;
-
antieke vuurwapens of replica’s hiervan zoals gedefinieerd overeenkomstig de nationale wetgeving, met dien verstande dat na 1899 vervaardigde vuurwapens niet onder antieke vuurwapens vallen.
Deze verordening laat Verordening (EEG) nr. 2913/92 (communautair douanewetboek), Verordening (EEG) nr. 2454/93 (uitvoeringsbepalingen van het communautair douanewetboek), Verordening (EG) nr. 450/2008 (gemoderniseerd douanewetboek), en de regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik, zoals ingesteld door Verordening (EG) nr. 428/2009 (de verordening goederen voor tweeërlei gebruik), onverlet.